Vandaag wordt in Utrecht een bijeenkomst gehouden over de toekomst van het Nederlandse voetbal. Waarom? We werden afgelopen zomer derde op het WK. We hebben internationaal zeer hoog aangeschreven coaches. We hebben, als het om voetbalvelden gaat, zo ongeveer het dichtstbezaaide land ter wereld. Onze jeugdopleidingen zijn uit-de-kunst.

Begin jaren tachtig schopte Nederland ook geen deuk in een pakje boter / geen bal in het doel. Is er toen ook een congres georganiseerd? Welnee. Toen gebruikte men nog z’n gezonde verstand. Nederland is een land met 16.000.000 inwoners (in de jaren tachtig nog een stuk minder.) Niet zo gek dat je dan niet altijd en rol van betekenis kunt spelen. Soms heb je mindere lichtingen, en dan is het gewoon wachten tot er een goede combinatie van coach en nieuwe spelers verschijnt. Dat het beeld dan zo om kan slaan, heeft de zomer van 1988 laten zien.

Waarom dan vandaag alle hotemetoten bij elkaar geroepen? Dat komt omdat we in Nederland één ding nog beter kunnen dan voetballen. En dat is klagen. Klagen over het gras bij de buren. Klagen over geld. Over gebrek aan Europacupsucces. Bestond er een WK klagen, waren we jaarlijks de beste. Het is de hoogste tijd voor een symposium over zegeningen tellen.

Advertenties