Het was een weekend van huilende zwemsters. Het begon met Femke Heemskerk, die eindelijk een individuele wereldtitel in de wacht sleepte. En gisteren Ranomi Kromowidjojo, die eindelijk weer een kampioenschap won. De woorden van het Wilhelmus verdronken in haar tranen.

Waarom huilen zwemsters? Is het water dat zij zojuist bedwongen hebben deels ingeslikt, en zoekt het de snelste weg naar buiten? Zijn het de ogen die niet tegen die hoge piepstemmetjes kunnen die ze na de finish hebben? Of zijn het de vragen van de journalisten die altijd hetzelfde zijn? (En wat voor mascara hebben die vrouwen? Nooit zie je er een met zwartbetraande wangen haar verhaal doen. Dat er nog geen cosmeticafabrikant een zwemster als boegbeeld heeft genomen, is onbegrijpelijk.)

Het zoute water laat ook iets anders zien: dat een individuele titel meer losmaakt dan een ploegentitel. Eenzelfde patroon zie je bij Roger Federer, wiens olympische dubbelspelgoud lager aangeslagen wordt dan eenzelfde medaille in het enkelspel. Jammer, vind ik dat. Sommige radertjes draaien niet in hun eentje, maar zijn essentieel voor de overbrenging van de ene kracht op de andere. Maar goed, als radertjes huilen, dan roesten ze. Misschien dat ze zich daarom groot houden tot ze vrij zijn.

Advertenties