Moniek Nijhuis won gisteren voor het eerst in jaren een Nederlandse WK-medaille op de schoolslag. Het deed mij terugdenken aan een koude winterochtend dat ik naar school fietste. Het was donderdag, en donderdag was schoolzwemdag. Wij woonden vlakbij het zwembad, maar voor het schoolzwemmen moest je toch eerst naar school fietsen, om vervolgens vanaf daar met de bus naar het zwembad te gaan. Het zwembad heette De Geiser, wat doet vermoeden dat er generaties kinderen verdronken zijn in koolmonoxidedampen. Het rook er in elk geval niet fris.

In een bocht halverwege huis en school bleek de weg gladder dan gedacht. Ik schoof onderuit, scheurde mijn broek ter hoogte van mijn knie en keerde huilend huiswaarts. Mijn moeder hees mij in een nieuwe broek en zei dat ik dan maar rechtstreeks naar het zwembad moest fietsen; de bus zou ik toch gemist hebben. Eenmaal bij de Geiser zag ik door het raam de kinderen al in het water springen. Ik besloot dat ik te laat was om nog aan te sluiten. Dat ik een hekel had aan zwemmen, zal hierin meegespeeld hebben. Ik fietste naar school, waar ik in een leeg lokaal rekensommen maakte tot de rest terug was.

Jaren later ging ik wiskunde studeren. Mijn schoolslag is nog steeds ondermaats.

Advertenties