Nooit kende Nederland zo’n succesvol sportjaar, las ik gisteren in de wandelgangen van het internet – die wellicht beter surfgangen genoemd kunnen worden. Het gevolg was dan ook dat er gisteren een nominatieregen over de sportwereld werd uitgestort die zijn weerga niet kende.

Per definitie staan olympische kampioenen op de nominatielijst, en met het schaatsen op de agenda – het korfbal van de winterspelen – betekent dat automatisch veel gouden enveloppen met namen erin. Maar we kunnen de nominaties van Sven Kramer, Jorrit Bergsma, Stefan Groothuis, Michel Mulder, Ireen Wüst en Jorien ter Mors beter schrappen. Net als de nominaties voor Jac Orie en Gerard Kemkers. Als je als Nederlandse schaatscoach een gouden medaille oplevert, is dat hoogstens een reden om je niet te ontslaan, maar niet om je te nomineren.

Bij de vrouwen is het helder: Dafne Schippers won dubbel EK-goud in de atletiek. Op de sprint, nog wel. U weet wel, die sport die ze in ieder land kunnen leren. Bij de mannen zijn Jeroen Dubbeldam, Epke Zonderland en Arjen Robben op een voetstuk geplaatst. Robben had het grootste toneel, Dubbeldam de grootste concurrentie en Epke de grootste amplitude. Maar die Jaap Eden zal wel naar Groothuis gaan. Wij houden nou eenmaal van korfballers in dit land.

Advertenties