Toen ik het bericht las dat Gido Vermeulen de nieuwe bondscoach is van het Nederlandse mannenvolleybalteam, moest ik denken aan die andere volleybal-G(u)ido: Guido Görtzen. Görtzen was tot 2008 volleyballer op het hoogste niveau, en in 1996 een van de jonkies van de gouden ploeg.

Als opkomend spelertje had hij nog handtekeningen verzameld van Peter Blangé en Ron Zwerver, en nu speelde hij met ze samen. Hij zou de pispaal van de groep worden. Gepest om zijn zachte g, vaak weggestuurd uit de kleedkamer. Jaren terug gaf hij er een openhartig interview over. Ik las het vanmorgen terug, en het herinnerde me aan de rol van Jan Posthuma, de veteraan van de ploeg, die in de kwartfinale tegen Bulgarije als oude man de meubelen moest redden. Zijn knieën waren versleten en springen deed hij alleen nog in wedstrijden. Met zijn 2,09 meter hoefde hij gelukkig niet zo hoog.

Het pad van grote successen loopt altijd ergens door het oog van de naald, zoals tegen Bulgarije, en de teams die de successen behalen zijn vaak slangenkuilen. Gido Vermeulen wordt nu bondscoach; een baan die altijd de potentie van Nederland als volleyballand meedraagt – ook na zo lang nog. Maar het was niet alles goud wat er blonk, toen. Misschien stelt dat Vermeulen gerust.

Advertenties