Toen ik wiskunde ging studeren, was aan de Universiteit van Utrecht zojuist professor Frans Oort met emeritaat gegaan. Hij gaf ons echter in de eerste studieweek al een gastcollege. Vijf minuten voor het college begon, vroeg hij aan de paar mensen die al op de eerste rij zaten: ‘En, vinden jullie de wiskunde al leuk?’ We studeerden het toen net drie dagen.

Oort vertelde het verhaal dat ooit een musicoloog tegen hem verzucht had: Ik wou dat ik in de achttiende eeuw geleefd had. Bach, Händel, Telemann, Beethoven, Mozart: wat had ik het graag allemaal zien gebeuren. Oort antwoordde dat hij het meegemaakt had. ‘Ik ben namelijk wiskundige in de twintigste eeuw geweest.’ Aan dit verhaal moest ik gisteren denken, toen ik naar de berichten keek over de landing van Rosetta op een komeet. Een historische gebeurtenis heeft iets abstracts, ook als ze zich concreet voor je ogen voltrekt.

Zo af en toe moet je uitzoomen van je eigen tijd, om te zien hoe groots het perspectief is. Dat geldt niet alleen voor de wetenschap, ook voor de sport. Roger Federer, Epke Zonderland, Lionel Messi (en het wereldrecord mexican wave) – voor onze ogen voltrekken zich wonderen. Laten we vooral niet vergeten te kijken.

Advertenties