Nu ik met een theaterprogramma langs de theaters trek, valt me op dat er grote gelijkenis is met het spelen van amateurvoetbal. Je rijdt in een auto naar een plek waar je moet spelen. Ieder nieuw theater is als een voetbalveld waar je nog niet geweest bent. Sommige zijn prachtig, en bij sommige vergaat je de lust al voor er is gefloten, ik bedoel, voor de spot aangaat. Soms heb je een schitterende kanti…foyer, soms heeft de architect zich vergaloppeerd. Maar alles heeft z’n charme.

Verschillen zijn er natuurlijk ook. Nu hebben we publiek, iets wat me als voetballer maar zelden overkwam. Bovendien spelen we nu ineens wel landelijk, en betalen de mensen zelfs om naar ons te komen kijken. Dat had ik met mijn voeten nooit voor elkaar gekregen.

Grootste verschil is de terugreis. Ik zit nu alleen in de auto. Dus in plaats van honderd procent NL met Frans Bauer, Zanger Rinus en de drie J’s is het nu één J die naar radio 1 luistert. Flauwe seksgrappen en lachen om wat er fout ging is er niet meer bij. Wel hoorde ik vannacht in het nieuws van middernacht dat Feyenoord en PSV gewonnen hadden. Het voelde toch een beetje alsof de punten in de tas zaten.

Advertenties