Gisteren was ik bij de hommage aan Maarten van Roozendaal, de vorig jaar overleden kleinkunstreus. Vrienden en collega’s zongen zijn beste werk, of hun eigen werk dat het dichtst bij Maarten in de buurt kwam. De hommage vond plaats in het theater dat praktisch zijn eigen huiskamer was: de Kleine Komedie.

Zouden er mensen komen kijken als we grote sporters zouden hommeren, door hun hoogstandjes nog eens te herhalen? Als Johan Cruijff dood gaat, en we zouden een avond lang in het olympisch stadion zijn mooiste goals en beste buitenkantjes nadoen, zouden er dan mensen komen kijken? Ik vraag het me af. Voetbal zijn we gewend op televisie te zien, we zouden genoegen nemen met de filmpjes.

Maar stel je nu voor dat Epke Zonderland plots voorgoed moest afzwaaien, en we zouden een rekstok in de Ahoy zetten, waar zijn collega’s hem hommeren door zijn mooiste oefeningen na te doen, met als slot en hoogtepunt Fabian Hambüchen die, begeleid door het commentaar van Hans van Zetten, zijn olympische oefening nadoet? Ik denk dat het vol zou zitten. Een staande ovatie zelfs. Maar net als gisteren zou je naar buiten lopen met een dubbel gevoel: mooi dat hij voortleeft, maar om te janken dat hij er niet meer is.

Kort over sport is terug op donderdag 30 oktober.

Advertenties