Volslagen kansloos was Ajax gisteren, las ik toen ik vannacht thuiskwam uit het theater. Ajax was weggespeeld, overklast, simpel opzij gezet en van het kastje naar de muur gestuurd. Toch stond het vlak voor tijd 2-1, leerde teletekst mij, door het doelpunt van El Ghazi. Dan had de stunt van een punt dus gekund, dacht ik, maar ik zag in de samenvatting dat El Ghazi drukker was met juichen om zijn eigen succes dan met de gedachte dat zijn team nog iets kon halen. Het Spaanse graan doorstond dit briesje moeiteloos.

In het hedendaagse voetbal tekent zich een scheiding af tussen de realisten en de romantici. De realisten vinden dat clubs zoals Ajax zich terug zouden moeten trekken in een tweede niveau, en het grote werk aan de grote jongens moeten laten. Dat clubs zoals Ajax de Champions League niet meer kunnen winnen. Dat clubs zoals Ajax doelloos en doelpuntloos meehobbelen.

De realisten hebben natuurlijk gelijk, maar realisten zijn saai. Realisten wonen in een rijtjeshuis en gaan all-inclusive op vakantie naar Turkije. Zelf hoor ik bij het kamp van de romantici die geloven dat een bal altijd rond genoeg is om raar te rollen. Een nauw kamp, zou Seth Gaaikema het genoemd hebben.

Advertenties