Vaste lezers van deze pagina weten dat mijn liefde voor paarden bepaald niet onuitputtelijk is. Ik vond als kind het paard van Sinterklaas ronduit lelijk, ik vond paarden in de wei eng en ik werd misselijk van de pegasus in de Efteling. Paardenmeisjes konden mij evenmin bekoren.

Maar gisteren keek ik vol bewondering naar Jeroen Dubbeldam. De man met een achternaam voorbestemd voor gymzaaltjes met formica tafels met een bord erop, maar hij belandde in de bak met een paard. De enige overeenkomst met dammen is dat je over dingen heen moet springen. En dat kan Dubbeldam. Na het sensationele goud in Sydney volgde gisteren een gouden medaille op de wereldruiterspelen. Een prestatie die volgens mij veel hoger moet worden aangeslagen.

In de finale rijden de vier beste ruiters de proef namelijk vier keer, op hun eigen paard en op elkaars paarden, een zogeheten paardenwissel (die je weer bij een paardentram zou verwachten, maar nu draaf ik door.) Een prachtige wedstrijdformule, want niet het beste paard, maar de beste ruiter wint. Dat was dus Dubbeldam, die in de armen gevlogen werd door zijn dochter. Een paardenmeisje, maar wat gaf het. Hij klopte haar in de omhelzing op haar rug zoals hij zijn paard een complimentje gaf na de rit.

Advertenties