In de Volkskrant staat vandaag een groot stuk over matchfixing in het tennis. Aanleiding was de partij tussen Antal van der Duim en Boy Westerhof, twee Nederlanders, die half augustus plaatsvond. Op dat duel werd ongeveer een half miljoen pond ingezet, ongeveer 20 keer zo veel als normaal. Van der Duim won na een ruime achterstand. Bewezen is niets, maar ze hebben de schijn tegen.

Dat er wedstrijden gefixt worden in het tennis, is niet zo verwonderlijk. Wat mij verwondert is het gegeven dat een half miljoen pond ‘ongeveer 20 keer zo veel als normaal’ is. Dat betekent dat er ‘normaal’ zo’n 25.000 pond ingezet wordt op een wedstrijd in een Challengertoernooi. Zo’n toernooi heeft 32 deelnemers, dus 16+8+4+2+1=31 wedstrijden. Als op al die wedstrijden 25.000 pond wordt ingezet, hebben we het over driekwart miljoen per toernooi.

De gokcijfers horen óók bij de sport, maar ik associeerde ze vooral met professionele paardenraces en grote voetbalwedstrijden. Maar blijkbaar gebeurt het ook bij tenniswedstrijden waar geen ballenjongens en geen camera’s zijn. Wie zijn deze gokkers? Verslaafden die maar wat doen? Handelaars die voor een paar honderd euro arme subtoppers verleiden? Of vrienden van de tennissers die in opdracht inzetten op hun verlies? Is het een netsport? Of is het net sport?

Advertenties