Wat een WK was het. Natuurlijk, er was voer genoeg voor cynici. De gouden bal voor Messi, die weliswaar in de eerste fase beslissend was, maar in de beslissende fase niet. De gouden handschoen voor Neuer, die in de finale een overtreding maakte waar Toni Schumacher zich niet voor geschaamd zou hebben. Scheidsrechters die Brazilië een beetje op gang moesten helpen. Kameroen dat zijn wedstrijden verkocht.

En toch, als wij het over twintig jaar over dit WK hebben, dan zullen we dat allemaal niet noemen. We zullen het hebben over de goal van James Rodriguez. Over de rushes van Robben. De zweefduik van Van Persie. Het totaalvoetbal van de Duitsers. En over dat ongelofelijke verhaal van een Nederlands elftal dat naar Brazilië ging om afgeslacht te worden, maar derde werd. Door een tactisch briljante bondscoach, die met een gouden pik alle registers bespeelde, en bijna de volmaakte harmonie vond.

Voor het eerst in jaren overvalt mij na het WK het weemoedige gevoel dat het voorbij is. Er was een soort saamhorigheid, zoals in een examenklas, versterkt door de ongedachte oranje successen en gevoed door al het moois dat voetbal te bieden heeft. Hoe corrupt en financieel verziekt het wereldje ook is: het spel won het van de knikkers. Met dubbele cijfers.

Advertenties