Ik heb lang genoeg in de kelders van de KNVB gevoetbald om te weten hoe het is om met 7-1 te verliezen. 7-1, kan ik vertellen, dat valt nog mee. Ik heb met 13-1 verloren. Met 12-2. En zelfs een keer met 17-0, waarbij ik in één wedstrijd twee eigen doelpunten maakte.

Soms speel je tegen een team dat beter is dan dat van jou. Meestal verlies je dan, vaak met één of twee goals verschil. Maar soms gebeurt het, al je goede voornemens over kort dekken en felheid in de duels ten spijt, dat na een doelpunt je verzet ineens breekt. Het gebeurt iedere week duizenden keren op de velden in Nederland. Heel af en toe ligt één van die velden toevallig in een stadion. Zoals ooit bij PSV-Feyenoord. Het kan zelfs op een WK gebeuren, vraag maar aan Saoedi-Arabië dat ooit met 8-0 verloor. En op een dag gebeurt het in de halve finale van het WK. Met het thuisland.

Gisteren was het net of Duitsland 1 tegen Brazilië 7 speelde. De Duitsers waren dodelijk efficiënt, de Brazilianen knakten. Dat is voetbal. In de tweede helft had Brazilië overigens zomaar na 10 minuten op 5-3 kunnen staan. Het gebeurde niet, en ook dat is voetbal. Prachtige sport.

Advertenties