In de schaduw van Buckingham Palace mocht je gisteren een koninklijke sprint verwachten, en dat werd het. (Hoewel een koninginnerit ook toepasselijk was geweest, maar daarvoor is Londen te plat.) Marcel Kittel won afgetekend, keurig afgezet door zijn Nederlandse ploeg.

Ik merk op Twitter en ook bij betrokkenen op televisie een chauvinistische vrolijkheid rond de zegedrang van Kittel. Een Nederlandse ploeg die toch mooi twee etappes wint in de tour! Het wielerpubliek is hongerig naar succes. Marcel Kittel is weliswaar meer dan een rauwe boon, maar mijn oranje trek is er niet mee gestild. Kittel is de nieuwe Cavendish, onklopbaar in een rechte sprint, maar pas als Van Poppel over drie jaar de nieuwe Kittel wordt, zal er iets van euforie in mij losbreken.

Overigens juich ik wel voor een buitenlandse spits die een doelpunt voor een Nederlandse voetbalclub maakt. Maar hoeveel er ook geknuffeld wordt na de meet: na een etappe staat er maar één iemand op het podium. In voetbal en wielrennen kan één speler het team de zege bezorgen. Maar het verschil is dat Tom Veelers geen etappewinnaar wordt door de zege van Kittel, terwijl André Hoekstra wel kampioen van Nederland werd, dankzij Cruijff. Alle teamsporten zijn gelijk, maar sommige teamsporten zijn meer gelijk dan andere.