Waar Nouchka Fontijn vorige week haar olympische boksmissie zag mislukken op het WK in Qinhuangdao, stootte Marichelle de Jong door tot de halve finale, waarin ze uiteindelijk verloor van Marija Badoelina. Verliezen in de halve finale bij boksen betekent een bronzen medaille, want een wedstrijd om de derde plaats bestaat niet. Die zou immers niet zelden plaatsvinden tussen twee mensen met dichte ogen of ontwrichte kaken.
Waarom gaat deze De Jong dan niet naar Londen? Dat heeft alles te maken met het zeer summiere bokstoernooi dat de vrouwen afwerken; in Londen zijn maar drie categorieën. Fontijn is altijd een -75-bokser geweest, terwijl De Jong altijd in -69 gestreden heeft. Vlak voor dit seizoen besloot ze over te stappen op de -75-klasse. Je eet een paar hamburgers extra en je mag meedoen, maar je bokst toch tegen grotere, sterkere vrouwen.
Die wedstrijden verloor ze meer dan eens, letterlijk te licht bevonden, en enkele maanden geleden besloot ze om weer knäckebröd te gaan eten, waardoor ze nog aan het WK kon meedoen tussen de haar vertrouwde superweltergewichten. Haar bronzen medaille is het sluitstuk van een lange, succesvolle carrière, waarin de EK-titel in eigen land, vorig jaar, het hoogtepunt was.