Vorig seizoen, op 2 december 2010, speelde Napoli uit bij FC Utrecht in de Europa League. In een prachtig duel met 10 gele kaarten werd het uiteindelijk 3-3. Voor Utrecht scoorde Van Wolfswinkel tweemaal en Frank Demouge maakte de derde. Bij Napoli tekende Cavani voor alle drie de treffers.

We zijn net een jaar verder, en Napoli overblufte met nagenoeg hetzelfde team als tegen Utrecht gisteren Chelsea in de Champions League. Cavani, Lavezzi, Hamsik, Capagnaro – allemaal overleefden ze de Galgenwaard om nu in de Champions League elke avond miljoenen te verdienen. De zegereeks van Napoli dit jaar laat zien hoe bijzonder Utrechts Europese campagne van vorig jaar was.

Want hoe anders is het FC Utrecht vergaan. Mertens, Van Wolfswinkel en Vorm, de uitblinkers van toen, zijn allemaal verkocht aan grotere clubs. Trainer Ton du Chatinier haalde nota bene het eind van het seizoen niet en ook zijn opvolger Erwin Koeman heeft Utrecht alweer verlaten. Maar het verdrietigste verschil met vorig jaar is toch dat je in de samenvatting van Utrecht-Napoli een schoffelende Mihai Nesu ziet, die vijf maanden later een nekwervel zou breken. Maandag werd er een benefietgala voor zijn foundation georganiseerd. De opbrengst was 70.000 euro.

Laurens Jan Anjema heeft aangekondigd niet deel te nemen aan het EK, later dit jaar in mei, als hij niet structureel ondersteund gaat worden door de Nederlandse squashbond. Anjema is bepaald geen koekenbakker als het op het stevige slagwerk aankomt: hij is nummer negen van de wereld. Streep boven hem alle Egyptenaren weg (4 stuks), en de conclusie is dat Anjema een medaillekandidaat is in Helsinki. (Voor liefhebbers van interessante woorden: de Talihalli waar het EK gehouden wordt staat op een straat die de Huopalahdentie heet, een woord dat alle klinkers herbergt.)

Squash is minstens zo intensief als tennis, maar als kijksport minder interessant. Bovendien is het niet olympisch, en dat maakt dat het NOC-NSF er ook weinig tot geen geld voor uit zal trekken. Ter vergelijk: Het totale prijzengeld van het grootste toernooi van de wereld, het British Open, is 150.000 dollar. Naar schatting kreeg Roger Federer het vier- tot zesvoudige door afgelopen week alleen al aan de start te staan in Rotterdam – een middenklasser in de toernooien. Je moet dus verdraaid goed kunnen spelen wil je een goed belegde boterham bij elkaar slaan.

Zonder subsidie is squash als kunst in de vrije sector: eindeloos sappelen voor een dure hobby.

Ik las op teletekst dat Hilda Kibet en Peter Hellenbrand zich geplaatst hebben voor de spelen. Nu weet ik van Kibet wat zij doet, namelijk belachelijk snel 42 kilometer lopend afleggen, maar van Peter Hellenbrand had ik nog nooit gehoord. Het is in elk geval geen naam die doet vermoeden dat hij ook in Kenia geboren is. Je kunt op z’n hoogst verwachten dat hij met zo’n achternaam uit de middeleeuwen stamt.

Nu is hij ook een soort middeleeuwse sporter, namelijk schutter. Om precies te zijn: luchtgeweerschutter. Ze doen er in Londen alles aan om de spelen zo veilig mogelijk te laten verlopen, maar het is ze niet gelukt om de schietonderdelen van de spelen te weren. Ik vraag me dan gelijk af hoe goed de controle is als je met je geweer het schietterrein oploopt. Is de bewaking getraind om een luchtbuks te onderscheiden van een volautomatisch wapen?

Daar hoeft Hellenbrand zich in elk geval niet druk om te maken. Gisteren werd hij tiende op het EK in Vierumäki, waarmee hij zijn olympische nominatie van maart vorig jaar in Sydney verzilverde. Hij komt uit Brunssum in Limburg, dus hij viert nu dubbel carnaval. Hopelijk laat hij zijn geweer thuis.

Weinig is feestelijker dan een bal die in de stromende regen tegen het natte net slaat, en daar alle waterdruppels laat ontploffen tot een kleine wolk. Vooral als het donker is, en door de stadionlampen de druppels goed te zien zijn. Het is als de condens die je ziet bij het voorzichtig openmaken van een champagnefles.

Gisterenavond gebeurde het, toen John Guidetti Feyenoord op 1-0 zette. Het probleem was echter dat hij de champagnekurk met een knal van de fles liet vliegen, en dan gaat dat feestelijke moment snel voorbij. Alle prik is eraf, en tot overmaat van ramp schoot de kurk tegen zijn eigen kin.

Guidetti begroef zich in zijn natte shirt, huilde met de regen mee en kroop gelijk zo diep mogelijk door het stof, want het is lastig boos worden op iemand die de slachtofferrol aanneemt. Koeman was woest, maar toverde toch een spoortje begrip tevoorschijn voor de emoties van de afgelopen weken. Zo spreidde hij streng maar rechtvaardig zijn armen voor zijn verloren zoon, die zelf als een dood vogeltje de pers te woord stond. ‘Ik zie uit naar het moment van vergeving’, zei hij. Zo was het toch vast een beetje zondag, in de Kuip.

Nederland is geen wintersportland. Deze week overleed onze oudste nog levende ex-olympiër, en dat was een 99-jarige freule die voor de oorlog meegeskied had op de spelen. Ze viel twee keer in die olympische afdaling, en eindigde in de achterhoede. Meedoen of winnen, u kent het adagium.

Daverende skiërs heeft dit land verder niet voortgebracht, maar in de jaren tachtig en negentig hadden we Harald de Man. Eerlijkgezegd dacht ik altijd dat hij net als de freule achterhoedegevechten voerde, maar Harald deed vijf keer mee aan wereldkampioenschappen, en hij werd zeventiende in 1997, in Sestrière. Zeventiende op de reuzenslalom. Olympiër werd hij echter nooit, omdat het NOC-NSF winnen tegenwoordig belangrijker vindt dan meedoen. Zijn topprestatie van toen was twee plaatsen te weinig voor een uitzending naar Nagano. Hij kwam een halve seconde tekort om vijftiende te worden.

De status van Harald de Man in Nederland wordt het best samengevat in het feit dat hij wel een Duitse, maar geen Nederlandse wikipediapagina heeft. Ontelbaar veel van die halve secondes zijn er sinds 1996 voorbijgegaan. Tegenwoordig voetbalt Harald bij SK Maishofen. Het blijft een Nederlander. Dit is de foto van het elftal van vorig jaar. Ik wed dat u hem niet aan kunt wijzen.

-Hallo…?
-Luuk? Met Siem.
-Siem! Het is half vijf ’s nachts. Wat is er?
-Ik heb zo raar gedroomd, Luuk.
-Wat dan?
-Ik droomde dat ik in de ArenA tegen Manchester United speelde.
-Hahaha, echt?
-Ja joh. Met Nani, Rooney, Ferdinand, De Gea, zelfs die trainer, die Ferguson, was erbij.
-En je maakte zeker vlak voor tijd de winnende?
-Nee, we verloren met 2-0.
-Oh, da’s dan wel weer reëel.
-Het was zo raar. Het hele stadion zat vol, iedereen zong uit volle borst, Paul Scholes viel ook nog in – het was surrealistisch. Wat zouden die gasten nou moeten doen, in Amsterdam?
-Naar de hoeren.
-Ja, maar niet naar ons toch?
-Het was een droom, Siem.
-Ja hè? Het enige wat heel echt was, was dat Özbiliz telkens de bal verspeelde en niet één goede voorzet gaf. Maar verder voetbalden we echt heel aardig.
-Hahaha, rare jongen ben je toch. Maar moet je me daarvoor wakker bellen?
-Nou, weet je wat zo raar is?
-Nee?
-Er ligt hier een blauw shirt van Wayne Rooney op mijn nachtkastje. Drijfnat van het zweet.
-Ik zou maar gauw een beker warme melk maken en gaan slapen, broer.
-Ja. Welterusten, Luuk.
-Truste, Siem.

Drie halve kansen kreeg hij gisteren, Robin van Persie. Een na een frivole voetbeweging van Henry, die vandaag weer in het vliegtuig naar de VS stapt om daar voor tweehonderd toeschouwers op kunstgras tegen de Minnesota Warriors te laten zien dat hij het echt, echt waar, alleen voor de sportieve uitdaging doet, een na een misverstand in de AC Milandefensie en een na een voorzet van Sagna, die daarmee zijn enige zinnige bijdrage aan Arsenalzijde leverde.

Van Persie is bij Arsenal een eenoog in het land der blinden. Wenger is de wan, Robin is de hoop. Hij is elke week de beste van het veld, maar ondertussen is hij een voetballer die erg weinig prijzen heeft gewonnen. Ullrich van Gobbel heeft meer medailles in de kast dan Van Persie en dat kan de bedoeling niet zijn.

Stiekem denk ik dat Robin dat wel prettig vindt. Hij heeft aangekondigd dat hij bij de Gunners een legende wil worden. Als hij nog zes jaar de vlag op de modderschuit blijft, zal hij dat inderdaad zijn. Daarna wil hij afbouwen bij Excelsior, ook al een club waar hij altijd de man zal zijn. Later zal hij in zijn grote stoel aan zijn kleinkinderen vertellen dat hij iedere week de beste van het elftal was. Ze zullen aan zijn lippen hangen.

Gisteren heeft Rome zich teruggetrokken als kandidaat-stad voor de organisatie van de Olympische Spelen van 2020. Monti, de leider van het zakenkabinet, zei dat het onverantwoord was om op dit moment zo’n financiële investering te vragen van het land. Ik ken de beste man niet, maar zo’n beslissing pleit in zijn voordeel. Het zou Mark Rutte sieren als hij eens net zo kritisch naar het 2028-plan van Amsterdam keek, maar die zwijgt liever.

Wat zou eenzelfde eerlijke kijk in eigen portemonnee opleveren voor andere kandidaat-steden? In Madrid hebben ze ook niet in elke bureaula 9 miljard euro liggen (al kom je een eind als je alle voetballers van Real verkoopt), en in het Japanse Tokio, kan ik me zo voorstellen, is de slappe was ook niet overvloedig aanwezig na de bijna-kernramp van vorig jaar.

Met een overwegend Franssprekend Internationaal Olympisch Comité lijkt Istanbul me ook bepaald niet in het voordeel – daar zijn ze erg snel op hun genocideteentjes getrapt – dus wat rest zijn Bakoe (ja, ik moest ook heel even graven in mijn hoofdstedenbestand, maar dat ligt aan de Kaspische Zee in Azerbeidzjan) en Doha. Geld als water tegen geld als zand. Dat zal wel een moddergevecht worden.

Een van de treurigste aanblikken die ik ken is die van dooiend ijs. Dooi heeft iets weemoedigs in zich – alles wat mooi was verdwijnt. IJs en water verdragen elkaar slecht, als het water de bovenliggende partij wordt. Gisteren reed ik langs de ijsbaan van Bunnik. De lampjes waren uit en boven het zilvergrijze water waren alleen nog de sneeuwrandjes die de banen aftekenden zichtbaar.

Het spandoek was weg, de luiken van het clubhuis waren dicht en op het hek was een houten bord gehangen: ijsbaan gesloten. Het voelt zoals het eind van de grote vakantie vroeger voelde: het feest is geweest. De penningmeesters van de ijsclubs tellen hun zegeningen, en rekenen uit hoeveel winters zonder vorst ze weer kunnen verdragen.

In het gras ligt een verloren handschoen, een leeg AA-flesje en de berm waar de auto’s stonden zal een stevige lente nodig hebben voor er weer gras groeit. Begin maart zal de ijsclub het water van het weiland weer terughevelen naar de Kromme Rijn, die het meeneemt naar zee, waar we erin kunnen zwemmen tot het verdampt, met de wolken meedrijft, tegen de Alpen botst, neerslaat, smelt, meestroomt en eind november weer in Bunnik aankomt. Precies op tijd.

Bij een vliegtuigongeluk in 1993 kwam de complete selectie van Zambia om. Alleen sterspeler Kalusha, destijds uitkomend voor PSV, zat niet in het toestel, omdat hij in Nederland nog papieren op orde moest brengen. Daarmee is hij de enige die zijn leven te danken heeft aan de Nederlandse bureaucratie. De omgekomen voetballichting van Zambia was zeer talentvol, en op weg om zich te plaatsen voor het WK.

Bijna twintig jaar later won Zambia gisteren, in dezelfde stad als waar het vliegtuig neerstortte, de Afrika Cup, door in de finale te winnen van Ivoorkust. Voor iedereen met een minder beeld van de Afrikaanse voetbalverhoudingen: het is alsof Ierland de EK-finale van Duitsland wint.

De Franse bondscoach van Zambia droeg de titel gisteren op aan Kalusha, die inmiddels voorzitter van de nationale voetbalbond is. Mijn gedachten gingen uit naar de huizen van de familie van de spelers van 1993. Misschien zijn er ouders die na die dag geen voetbal meer konden zien, maar gisteren zullen ze er niet aan ontkomen zijn. Zij zagen jonge mannen feest vieren na een voetbalwedstrijd, een beeld dat ze van vroeger zullen hebben herkend. Ze zagen een elftal, een beker en een juichend land – ze zagen hun eigen zonen.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.